Je legt je baby op het speelkleed met een paar speeltjes. Eerst wordt er wat gekeken, dan verdwijnt er natuurlijk iets in de mond en even later zijn de eigen voeten interessanter dan alles wat jij zorgvuldig hebt klaargelegd. Is dit zelfstandig spelen? Jazeker. Bij zelfstandig spelen denk je misschien al snel aan een kind dat een tijdje alleen met speelgoed bezig is. Bij een baby ziet dat er alleen heel anders uit. Een baby hoeft nog geen toren te bouwen of een heel spel te bedenken om zelfstandig te spelen. Kijken, voelen, bewegen, grijpen, proeven en eindeloos dezelfde handeling herhalen zijn allemaal manieren waarop een baby spelenderwijs de wereld ontdekt. Maar hoe lang kan een baby zelfstandig spelen? Daar is geen vast aantal minuten voor. En dat is eigenlijk best logisch, want zelfs binnen het eerste levensjaar verandert er ontzettend veel. Een baby van drie maanden kun je nauwelijks vergelijken met een baby van elf maanden die door de kamer kruipt en zelf op onderzoek uitgaat.
Wat is zelfstandig spelen bij een baby?
Zelfstandig spelen betekent niet dat je je baby alleen neerlegt en de kamer uitloopt. Jij kunt gewoon in de buurt zijn. Het gaat er vooral om wie het spel gaande houdt. Ligt je baby op een speelkleed en kijkt hij zelf naar zijn handen? Probeert hij een speeltje te pakken? Draait hij iets rond, stopt hij het in zijn mond en laat hij het vervolgens voor de zoveelste keer vallen? Dan is je baby zelf aan het ontdekken. Je hoeft daar niet steeds een nieuw speeltje bij te pakken of te laten zien wat ermee moet gebeuren. Juist wanneer jij even afwacht, krijgt je baby de kans om zelf te ontdekken wat interessant is. Vaak is het allerleukste iets wat geen speelgoed is. Die ene label aan het speelkleed kan blijkbaar veel interessanter zijn dan het speelgoed waar je twintig euro voor betaalde.
Hoe ontwikkelt spelen zich in het eerste jaar?
Het eerste levensjaar gaat razendsnel. Niet iedere baby ontwikkelt zich op precies hetzelfde moment of in dezelfde volgorde, maar je ziet het spel gedurende dat jaar wel steeds veranderen. Naarmate je baby meer kan zien, voelen, pakken en bewegen, wordt ook zijn speelwereld groter. De onderstaande maanden zijn een leidraad van wat je kunt verwachten. Sommige baby's ontwikkelen zich sneller of juist langzamer, en dat is helemaal goed. Je hoeft je niet direct zorgen te maken omdat je baby van 6 maanden nog niet omrolt voor speelgoed. Maak je je zorgen over de ontwikkeling van je kindje? Neem contact op met een zorgverlener.
Spelen van 0 tot ongeveer 3 maanden
In de eerste maanden draait spelen vooral om waarnemen en contact. Je baby kijkt naar gezichten, volgt bewegingen en reageert op stemmen en geluiden. Ook het eigen lichaam wordt langzaam interessant. Handen komen in beeld, benen bewegen en er wordt steeds bewuster naar dingen gekeken. Zelfstandig spelen is in deze periode nog heel eenvoudig. Even rustig rondkijken terwijl je baby wakker en tevreden is, kan eigenlijk al genoeg zijn. Je hoeft die wakkere momenten dus niet voortdurend te vullen met speelgoed en activiteiten. Contact met jou is in deze periode natuurlijk ontzettend belangrijk. Zelfstandig ontdekken komt daar niet voor in de plaats. Het zijn juist kleine momenten tussendoor waarin je baby zelf de ruimte krijgt om te kijken en bewegen.
Spelen van ongeveer 3 tot 6 maanden
Langzaam wordt er steeds meer gegrepen. Eerst misschien nog een beetje per ongeluk, later steeds doelgerichter. Een speeltje wordt vastgepakt, bekeken, bewogen en uiteraard uitgebreid met de mond onderzocht. Ook het eigen lichaam blijft geweldig speelgoed. Handen, voeten en tenen kunnen verrassend lang interessant zijn. Misschien probeert je baby te rollen of draait hij zijn lichaam om ergens beter bij te kunnen. In deze fase kun je simpele materialen binnen bereik leggen en vervolgens eens kijken wat je baby ermee doet. Een rammelaar, doekje, bijtring of ander veilig voorwerp met een interessante vorm of structuur kan al genoeg zijn. Je hoeft niet steeds voor te doen wat de bedoeling is. Er ís eigenlijk helemaal geen bedoeling. Ontdekken is het spel.
Spelen van ongeveer 6 tot 9 maanden
Rond deze periode wordt het verschil vaak steeds duidelijker. Je baby kan misschien zelfstandig zitten, rollen of begint pogingen te doen om zich te verplaatsen. Ineens kan speelgoed vanuit allerlei andere hoeken worden bekeken. Ook oorzaak en gevolg wordt interessant. Wat gebeurt er als ik hiermee schud? Wat hoor ik als ik twee dingen tegen elkaar sla? En wat gebeurt er als ik dit laat vallen? Spoiler: jij raapt het op. En daarom moet dat experiment natuurlijk nog een keer. Wat voor ons herhaling lijkt, is voor een baby een manier om te ontdekken hoe de wereld werkt. Een voorwerp in een bak doen en er weer uit halen, twee voorwerpen tegen elkaar slaan of steeds opnieuw iets laten vallen kan daardoor verrassend interessant zijn. Je merkt misschien dat je baby langer met één ontdekking bezig kan zijn, maar ook nu zegt de tijd niet alles. Vijf minuten geconcentreerd experimenteren kan een prachtig stukje zelfstandig spel zijn.
Spelen van ongeveer 9 tot 12 maanden
Een knop indrukken en het lichtje springt aan. Nog een keer drukken en er komt een muziekje. Hup, nog een keer. Daar is op zichzelf helemaal niets mis mee. Ook speelgoed met knopjes kan hartstikke leuk zijn. Maar als speelgoed steeds zelf bepaalt wat er gebeurt, is er soms minder ruimte voor een kind om een eigen idee toe te voegen. Een houten blok kan ineens een telefoon zijn, een taartje, een garage, een bed voor een poppetje of iets wat absoluut niet aangeraakt mag worden omdat het volgens je peuter een krokodil is. Dat soort materiaal wordt vaak open einde speelgoed genoemd: materiaal zonder één vaststaande manier om ermee te spelen. Je hoeft daarvoor trouwens niet meteen een kast vol houten regenbogen te kopen. Kartonnen dozen, bakjes, blokken, dieren, auto's, doeken en keukenmateriaal kunnen al genoeg zijn. Dit kan een leuke afwisseling zijn op het bestaande speelgoed.



Eén reactie