Je zet een bak speelgoed neer, je kind begint te spelen en je denkt: mooi, dan kan ik even de vaatwasser uitruimen. Je draait je om en daar komt je kind alweer aan. Of je gaat erbij zitten, helpt het spel op gang en probeert na een paar minuten héél subtiel weg te schuiven. Geen succes. Zodra jij stopt met meespelen, stopt het spel ook. Herkenbaar? Dan kan het al snel voelen alsof jouw kind gewoon niet zelfstandig kan spelen. Zeker wanneer je hoort over kinderen die blijkbaar rustig een half uur met blokken, auto's of poppen bezig zijn. Maar een kind dat niet zelfstandig speelt, hoeft zelfstandig spelen niet eerst te ‘leren’. Vaak is het veel interessanter om te kijken naar wat er gebeurt op het moment dat het spel stopt. Want misschien kan je kind prima zelf spelen, maar lukt het starten nog niet. Misschien is er behoefte aan jouw nabijheid, lligt er juist zóveel speelgoed dat je kind niet weet wat het moet kiezen of is het spel na drie minuten gewoon klaar. Tijd om eens te kijken waar het speelvonkje hapert.
Wat is zelfstandig spelen?
Zelfstandig spelen betekent niet dat je kind uren alleen op zijn kamer speelt terwijl jij ongestoord je eigen ding doet. Bij zelfstandig spel houdt je kind zélf het spel gaande. Het kiest wat het doet, probeert iets uit, verandert van idee en bepaalt wanneer het spel klaar is. Jij kunt ondertussen gewoon in de buurt zijn. Dat verschil is belangrijk. Je kunt dus naast je kind op de grond zitten met een kop koffie terwijl je kind zelfstandig speelt. Andersom kan je kind aan de andere kant van de kamer zitten, maar steeds wachten totdat jij vertelt wat het met het speelgoed moet doen. Dan is het spel eigenlijk nog niet zo zelfstandig. Zelfstandig spelen gaat daarom niet zozeer over afstand tot jou, maar over wie het spel gaande houdt.
Wil je meer lezen over wat zelfstandig spelen is? Klik dan hier.
Waarom kan mijn kind niet zelfstandig spelen?
Als je kind nauwelijks zelf speelt, is het verleidelijk om meteen naar een oplossing te zoeken: nieuw speelgoed, een activiteit klaarzetten en Pinterest openen voor inspiratie. Maar kijk eerst eens naar je kind, want ‘mijn kind kan niet zelfstandig spelen’ kan in de praktijk heel veel verschillende dingen betekenen.
1. Je kind weet niet hoe het moet beginnen
Je zet een mand met blokken neer. Je kind kijkt, pakt één blok en kijkt naar jou zonder te beginnen met spelen. Sommige kinderen hebben even een zetje nodig voordat hun eigen ideeën beginnen te stromen. Dat betekent niet dat jij vervolgens het hele spel hoeft te bedenken. Maak bijvoorbeeld een klein begin. Zet twee dieren naast elkaar bij een kartonnen doos. Leg een paar blokken en bakjes klaar. Bouw de eerste twee blokken van een toren. Neem daarna afstand. Zie het als het aansteken van een vuurtje. Jij geeft het eerste vonkje, je kind mag kijken wat ermee gebeurt.
2. Je kind heeft jou nog even nodig
Je bent aan het koken en je kind speelt op de grond. Totdat je ineens twee armen om je been voelt. "Mamaaaa." Je eerste gedachte is dan al snel: daar gaan we weer. Blijkbaar lukt alleen spelen vandaag niet. Maar contact zoeken betekent niet automatisch dat het zelfstandig spelen voorbij is. Een kind kan tijdens het spelen even behoefte hebben aan jou. Een knuffel, op schoot zitten, iets drinken, even samen kijken naar wat het heeft gemaakt. Daarna kan het zomaar weer verdergaan. Je hoeft dus niet altijd te kiezen tussen aandacht geven óf zelfstandig laten spelen. Soms heeft je kind simpelweg even iets bij jou op te halen voordat het speelvonkje weer verder kan.
3. Er ligt te veel speelgoed
Dit klinkt misschien tegenstrijdig. Meer speelgoed betekent toch meer om mee te spelen? Niet altijd. Stel je voor dat je een restaurant binnenloopt en de menukaart telt 86 pagina's. Pasta, pizza, sushi, curry, burgers, tapas en ergens achterin ook nog pannenkoeken. Succes met kiezen. Voor een kind kan een overvolle speelgoedkast hetzelfde doen. Als er overal bakken speelgoed, kleuren, geluiden en mogelijkheden zijn, wordt kiezen lastiger. Je kind pakt iets, ziet daarnaast iets anders, wisselt weer en is binnen een paar minuten door vijf dingen heen. Probeer daarom eens minder speelgoed zichtbaar neer te zetten. Niet omdat minimalistisch speelgoed ineens de oplossing voor alles is, maar omdat overzicht kan helpen om makkelijker tot spel te komen.
4. Het speelgoed doet al het werk
Een knop indrukken en het lichtje springt aan. Nog een keer drukken en er komt een muziekje. Hup, nog een keer. Daar is op zichzelf helemaal niets mis mee. Ook speelgoed met knopjes kan hartstikke leuk zijn. Maar als speelgoed steeds zelf bepaalt wat er gebeurt, is er soms minder ruimte voor een kind om een eigen idee toe te voegen. Een houten blok kan ineens een telefoon zijn, een taartje, een garage, een bed voor een poppetje of iets wat absoluut niet aangeraakt mag worden omdat het volgens je peuter een krokodil is. Dat soort materiaal wordt vaak open einde speelgoed genoemd: materiaal zonder één vaststaande manier om ermee te spelen. Je hoeft daarvoor trouwens niet meteen een kast vol houten regenbogen te kopen. Kartonnen dozen, bakjes, blokken, dieren, auto's, doeken en keukenmateriaal kunnen al genoeg zijn. Dit kan een leuke afwisseling zijn op het bestaande speelgoed.
5. Je kind is moe, niet lekker, hongerig of overprikkeld
Wij verwachten soms best veel van spelen. Je kind komt thuis na een drukke ochtend. Heeft slecht geslapen, krijgt honger, er staat muziek aan, jij bent aan het koken en overal ligt speelgoed. En dan verwachten we ook nog: "Ga maar even lekker spelen." Misschien lukt dat op dat moment gewoon niet. Zelfstandig spelen vraagt namelijk ook iets van een kind. Een idee bedenken, aandacht ergens bij houden, problemen oplossen en omgaan met iets wat niet meteen lukt. Kijk daarom niet alleen naar hóé je kind speelt, maar ook naar het moment waarop je zelfstandig spel verwacht. Soms ligt de oplossing niet in beter speelgoed of een nieuwe spelactiviteit. Soms is het gewoon tijd voor een boterham.
6. Je helpt nét iets te snel
Je kind probeert een vormpje door een opening te duwen. Het past niet. Nog een keer, nog een keer en nog een keer. Je kindje raakt gefrustreerd. Je ziet precies wat er fout gaat en voor je het weet zeg je: "Draai hem eens om." Logisch. Je wilt helpen, maar juist in die paar seconden voordat jij ingrijpt, gebeurt iets interessants. Je kind krijgt de kans om zelf te kijken, proberen, balen en nog een keer te proberen. Wacht daarom soms eens drie tellen langer. Zo geef je je kindje de ruimte om een eigen oplossing te bedenken. Misschien vraagt je kind daarna alsnog om hulp. Prima, dan help je een keer. Maar misschien gebeurt er iets anders. Probeer het uit.
7. Het spel is gewoon afgelopen
Deze vergeten we nogal eens. Je kind speelde drie minuten met de dieren en loopt daarna weg. Wij denken: veel te kort. Maar misschien was het spel simpelweg klaar. Zelfstandig spelen hoeft niet altijd lang te duren om waardevol te zijn. Zeker bij jonge kinderen kan spel kort zijn en steeds opnieuw ontstaan. Kijk daarom niet alleen naar de klok. Kijk naar wat er in die minuten gebeurde. Had je kind zelf een idee? Bleef het even bezig? Probeerde het iets? Veranderde het spel onderweg? Dan gebeurde er misschien veel meer dan die drie minuten doen vermoeden.
Wat kun je doen als je kind niet zelfstandig speelt?
Voordat je allerlei nieuwe technieken probeert, kun je vandaag iets heel simpels doen: kijken. Ga eens zitten en kijk. Niet verbeteren, voordoen of meteen een nieuw idee aandragen. Kijk naar het moment waarop het spel hapert. Komt je kind niet op gang? Begint het wel, maar wisselt het razendsnel? Zoekt het steeds jouw reactie? Wordt het boos zodra iets niet lukt? Komt het vooral naar jou wanneer jij wegloopt? Of speelt het eigenlijk prima, alleen korter dan jij had verwacht? Dat verschil vertelt je veel meer dan alleen de conclusie: mijn kind kan niet zelfstandig spelen.
Als je graag wilt dat je kind meer zelfstandig speelt, zou ik niet beginnen met een doel als: "Vandaag moet hij tien minuten alleen spelen." Begin kleiner. Geef eens niet meteen antwoord op wat het poppetje volgens jou moet zeggen. Leg wat minder speelgoed neer. Help het spel een klein beetje op gang en trek jezelf daarna terug. Wacht drie tellen voordat je helpt. Of blijf juist even dichtbij als je merkt dat jouw aanwezigheid de veiligheid geeft om verder te spelen. Je hoeft jezelf niet ineens uit het spel te verwijderen. Het doel is niet dat je kind jou niet meer nodig heeft. Het doel is dat er steeds meer momenten ontstaan waarop je kind zélf weet hoe het verder wil.


